il n’y a pas de rapport

het is vanuit de afgrond dat ik mij tot u richt

o gij ziener gij danser

gij drinker speler blazer

terwijl gij doofstom omlaag staat te staren

met u, mijn medemens, heb ik zelden verbinding gehad

maar vannacht kom ik haar eisen

mijn pikhouweel en rancune op scherp

klauter ik omhoog

ik eet u op

Advertenties

papabaard

Van elke opmerking die ik tot nu toe te horen heb gekregen over mijn baard – terrorist, jihadist, salafist – hoorde ik vandaag de mooiste.

Een guitig blond jongetje van een jaar of vier, gezeten op de schouders van zijn vader, glimlachte terwijl ik langsliep en riep vol bewondering: ‘Kijk, papa, een papabaard!’

De nagel op de kop, ik was ervan aangedaan. Dat is inderdaad waarom ik hem draag. Dat, boven alles, is de motivering voor mijn baard.

Het is als een welwillende vader, streng maar rechtvaardig, dat ik uw verderfelijke, blonde beschaving te gronde richt.

bijbel 2.0

Nadat de Universiteit van Leuven al haar studierichtingen zo hernoemd heeft dat het woord god nergens meer in voorkomt, gaat ook de katholieke kerk diezelfde piste bewandelen. Het Vaticaan is de Bijbel aan het herschrijven en zou een aantal islamitische gebruiken en concepten overnemen.

‘We willen onze moslimvrienden niet uitsluiten of beledigen maar juist de interreligieuze integratie bevorderen,’ verklaart paus Franciscus, die voortaan liever met imam wordt aangesproken. ‘In de nieuwe versie van de Heilige Schrift zal Jezus vervangen worden door Mohammed en God door Allah.’

Voortaan is Mohammed dus de zoon van Allah en zal Hij water niet meer in wijn veranderen maar in verse muntthee. En in het Onzevader klinkt het nu: ‘Uw Kalifaat kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.’

In de nieuwe, geïslamiseerde bijbel lijken sommige passages pas echt tot hun recht te komen. Zo blijft Matteüs 10, vers 34, helemaal onveranderd: ‘Denk niet dat ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’

stilte aub

Toen ik klein was hadden wij geen geld voor boeken. De bib was mijn naschoolse opvang terwijl mijn ouders geknield onder Kortrijkse weefgetouwen hun bezwete ledematen kwijtspeelden.
Nu ben ik groot en geniet ik van een maandelijks lawine van baar geld op mijn obese bankrekening. Ik haal mijn boeken in de chicste boekenwinkel van mijn stad. Soms lees ik ze en soms niet. Soms post ik een foto van mijn nieuwe aanwinst op Facebook. Likes geven immers minstens evenveel voldoening als het lezen van een goed boek.
Voor mijn part mogen ze alle bibliotheken in Vlaanderen in brand steken, met de armeluiskindjes er nog in.

charlie is my bitch

I am not Charlie. I am Comanche Navajo Cherokee and Sioux. I am Palestine Northern Ireland Hiroshima Nagasaki and Vietnam. I am a European Jew of the 1930s and ’40s. I am a European Muslim of the past 30 years. I am Afghanistan and Iraq. I am a Congolese rubber collector with no hands and many mouths to feed. A runaway slave dangling from a Tennessee tree. A Somali schoolteacher embarking on a trip to the bottom of the Mediterranean. A Bengali mother of five leaping to her death from the top floor of a burning textile factory. I am a Chinese boy passing out at a tablet-pc assembly line. I am a six-year-old street child sitting on a filthy hotel mattress in Pattaya, Thailand, watching a fat man take off his sweaty shirt and unbuckle his belt while he quotes Voltaire in spotless Sorbonne French.
I am not Charlie. I am Vengeance carved in stone. I am Voltaire’s head on a goddamn stick. Rien ne sera jamais pardonné.

bootlegsonnet voor een authentieke jihadbruid

De ogen van mijn jihadbruid zijn helemaal niet zoals de zon

Als oorbellen droeg ik beide als zij ze zelf maar missen kon

Haar tere blanke billen zijn geen zeehondjes die vlijtig wroeten

In een zalmroze zeeanemoontje met hun beider speelse snoeten

Haar kalmerende borsten hebben niets met moskeekoepels te maken

Te klein om er jezidi’s van te laten bengelen aan Gods geroeste haken

Haar ongelooide huid te broos om een warme mantel van te naaien

De akkers van haar genadeloze lendenen te taai om te bezaaien

En toch is zij goed voor mij, het muntblad in mijn water

Zij is vandaag het voorschot op mijn vele maagden, later

 

 

Vrij naar sonnet 130 van Shakespeare, Syriëstrijder avant la lettre.